7. De kinderopvang

Papa en mama, het is jullie primaire verantwoordelijkheid om voor ons te zorgen

“We zien jullie veel zorg besteden aan je huis, tuin, werk, haar, auto etc. Je zoekt een goede kapper omdat je wilt dat je haar er piekfijn uitziet; de auto gaat naar iemand die speciaal verstand heeft van jouw merk auto. We vragen jou: waarom dan breng je ons naar een opvangplek waar best veel jonge vrouwen werken die zelf geen kinderen hebben? Het is niet zo dat zij geen lieve mensen zijn en ze hebben ook veel geleerd over hoe je met kinderen om moet gaan, maar toch … het voelt voor ons alsof je vindt dat de zorg voor ons, (jouw) kinderen, door willekeurig iedereen gedaan kan worden. Is dat niet vreemd? Er komen ook best vaak nieuwe mensen werken waardoor er telkens andere - onbekende - mensen ons opvangen. Kinderopvang is trouwens een gekke naam. Ballen gooi je weg en vang je op. Wij hebben jullie zorg en liefde nodig.

Papa, mama, stel het je even voor: met een hele groep mensen die je niet kent (!) elke week (!) een paar dagen (!) uit logeren gaan (we slapen op de opvang) bij mensen die ons vreemd zijn (!). Zou jij dat willen? Wie zijn zij? Wat zijn hun ideeën over opvoeding en de omgang met kinderen? Zien zij ons als onwetende kinderen of als kleine volwaardige gevoelige mensen? Begrijpen ze dat wij hen en jullie spiegelen? Begrijpen ze dat wij ons thuis voelen bij mensen die het kind in zichzelf kennen en liefhebben?

“Een tweede vraag aan jullie: waarom breng je ons überhaupt naar de kinderopvang? … Er zijn maar weinig andere dieren die de zorg voor hun jongen uitbesteden aan andere soortgenoten. Wat maakt dat jullie dat wél doen? We hopen dat je jezelf en ons daar eerlijk antwoord op geeft. Denk je dat wij te klein zijn om het te merken? Vind je je carrière zo belangrijk? Gaat het om geld? Kun je daar ook andere keuzes in maken?

Wij zijn graag bij jullie, we houden zielsveel van jullie. Dat we bij elkaar zijn, is niet alleen voor de gezelligheid of omdat we nog niet voor onszelf kunnen zorgen. Dat is wat jullie denken. We zijn bij elkaar om ons te ontwikkelen tot wie we werkelijk zijn. Wij én jullie ook. Jullie leren ons hoe de buitenwereld werkt en wij laten je je eigen (binnen)wereld herontdekken. Dat doen we ook graag voor andere mensen, maar met jullie hebben we die speciale band van liefde en specifieke overeenkomsten en verschillen, die ervoor zorgt dat we alles aanwezig is wat nodig is. Het geeft ons vertrouwen op ons levenspad als wij bij jullie zijn en samen dingen ontdekken. Ook voor jullie is dat goed. Je hebt aan ons een betrouwbare wegwijzer voor jouw leven.”

Nu de kinderen deze vragen hebben gesteld, willen wij ook relativeren. De pedagogisch medewerkers van de kinderopvang werken over het algemeen met grote betrokkenheid (tegen een veel te laag loon in te grote groepen). Ze houden van de kinderen waar ze voor zorgen en hebben goede kennis van opvoeden en de ontwikkeling van kinderen. Vaak zijn zij degenen die zien dat er in de thuissituatie iets aan de hand is wat zorg nodig heeft. Dat neemt niet weg dat veel jonge kinderen moeite hebben met kinderopvang.

We beginnen bij de jongsten. Voor baby’s is de kinderopvang volkomen tegengesteld aan wat zij nodig hebben. Baby’s moeten zich kunnen hechten aan hun eigen ouders (zie punt 5). Bij peuters ligt het iets anders: ze willen er graag op uit, maar ook zij hebben het nodig om telkens even terug bij papa en mama op schoot te zitten en als het ware hun batterij op te laden. Je ziet ze gaan en komen, gaan en weer komen, zeker als er iets is dat ze zelf nog niet kunnen verwerken. De peuter wil op zijn eigen initiatief gaan en zo lang als hij/zij het aankan. De mogelijkheid om naar papa of mama terug te kunnen gaan, geeft een kind vertrouwen. Pas als hij heeft ervaren dat het ‘altijd’ op die stevige en vertrouwde basis kan terugvallen, kan het meer aan. Een peuterspeelzaal voor een paar uurtjes is een mooie vorm van avontuur. Het is vrijwillig en niet te lang. Lange dagen of een hele week doorbrengen op de kinderopvang is niet wat kinderen willen.

In het algemeen zie je kinderen ‘wennen’ aan de opvang. Ze geven hun protest op want ze merken dat het geen zin heeft. Kinderen zouden echter graag willen dat je de zorg voor wat je ‘je kostbaarste bezit’ noemt, regelt met mensen met wie je een band hebt (papa en mama om de beurt, opa en oma, goede vrienden en/of buren) óf met mensen met wie je eerst een goede band hebt opgebouwd (een gastouder of een vaste verzorger in de kinderopvang). Dat geeft kinderen veiligheid, vertrouwen en continuïteit.

Kinderen vinden het fijn als hun vaders ook bij de opvoeding betrokken zijn. Veel vaders doen dit een of twee dagen per week en noemen dat hun oppasdag(en) maar natuurlijk zijn ook zij volwaardige opvoeders. Vanwege de spiegelwerking van kinderen waarmee ze ons helpen herinneren wat vergeten is geraakt in ons leven, is het belangrijk dat ook vaders voldoende tijd met hun kinderen doorbrengen. Uiteraard kunnen ook vaders veel van hun kinderen leren en de kinderen van hen. Het is goed voor kinderen als ze opgroeien met een gezond mannelijk én vrouwelijk rolmodel.

Voor de iets oudere kinderen die er wél aan toe zijn/het leuk vinden om naar de opvang te gaan, mag het een volwaardige vervanging van een thuissituatie zijn. Een veilige en vertrouwde plek zijn waar voldoende mogelijkheden zijn om te spelen, zichzelf te ontwikkelen, waar de kinderen leren om met andere kinderen en volwassenen om te gaan, een band aan te gaan en opgevoed worden. De pedagogisch medewerkers worden volop ondersteund om dat op een zo goed mogelijke manier te realiseren. Samen met ouders vormen zij een solide basis voor kinderen van waaruit die de wereld steeds verder verkennen. Problemen thuis óf op de opvang zijn bespreekbaar en worden daadwerkelijk opgelost. Daarbij worden de signalen die kinderen aan de ouders/opvoeders geven meegenomen. Samen zorgen we ervoor dat de kinderopvang niet een veredelde ‘bewaarplaats’ van kinderen is.

Een nieuw aspect in de kinderopvang in Westerse landen zijn de (eventuele) verplichte vaccinaties. Ouders denken vaak dat de kinderen huilen om het prikje, wat erin zit zal wel veilig zijn. De deskundigen zeggen dat het goed is. Maar volwassenen, ook deskundigen hebben geen idee van de gevoeligheid van het lichaam van een kind. Net zoals medicijnen anders uitwerken bij mannen en vrouwen, zo is het inspuiten van (onschadelijk) gemaakte ziektes met chemische hulpstoffen een grote belasting voor het nog niet uitgerijpte immuunsysteem van kinderen. Hun vitale levenskracht wordt gewantrouwd. Vaccinaties zijn belangrijk als kinderen zwak zijn en in slechte omstandigheden leven maar doorgaans zijn er andere manieren te bedenken om ziektes te begeleiden en de gezondheid en weerstand van kinderen te stimuleren (zie punt 17). Liefde, verzorging, veiligheid en een gezonde samenleving bijvoorbeeld.

Conclusie: Geef jonge kinderen de gelegenheid om in hun eigen tempo andere mensen, kinderen, de wereld te ontdekken. Jouw verplichtingen zijn niet maatgevend voor wat een kind nodig heeft.

Het 123-perspectief in de kinderopvang: als je je jonge kind (zelf) goed opvoedt en opvangt (1) dan geeft dit vertrouwen en veiligheid aan het kind (2), een goede basis voor een leven waarbij grenzen worden gerespecteerd (3).

Aanbevelingen:

  • Baby’s horen niet in de kinderopvang thuis. Zij hebben hechting met hun ouders nodig.
  • Twee stellen met een vierdaagse werkweek die elk 1 dag zorg voor de kinderen dragen.
  • Als baby’s tóch naar de opvang gaan, dan in een aparte, rustige, kleine baby-groep met max. twee vaste verzorgers die de baby goed kennen en in zijn/haar behoeften voorzien (zie punt 5).
  • Laat peuters af en toe een paar uurtjes naar een peuterspeelplaats gaan als ze dat leuk vinden.
  • Regel zelf kinderopvang met vertrouwde mensen met wie je een goede band hebt of zorg voor een fijne gastouder.
  • Bouw - in de aanwezigheid van een van de ouders - een band op tussen het kind dat naar de opvang gaat en de pedagogisch medewerker. Wees vooral mens voor en met de kinderen.
  • Leer de non-verbale lichaamstaal van peuters verstaan.
  • Leer omgaan met de boosheid van een peuter (zie punt 6) en die van jezelf.
  • Er is goed speelgoed aanwezig en kinderen kunnen ook lekker buiten spelen.
  • Kinderen op de opvang leren spelenderwijs en vanuit zichzelf. Er is nog geen planmatig (moeten) leren. De medewerkers sluiten aan op het spelend leren van de kinderen.
  • Pedagogisch medewerkers zijn deskundig op het gebied van opvoeding en de ontwikkeling van kinderen. We zorgen ervoor dat ze óók weten dat kinderen hun ouders én hen zelf spiegelen in het geval van bijv. huilbaby’s, slecht slapen, problemen met de (borst)voeding, spijsvertering en ontlasting, allergieën of hechtingsproblemen of peuters met driftbuien, die niet luisteren, zindelijkheidsproblemen, oorontstekingen, scheidingsangst, jaloezie e.d.
  • Pedagogisch medewerkers nemen de signalen van kinderen serieus en onderzoeken zichzelf en de door hen gegeven zorg en opvoeding op oude gewoontes, patronen en persoonlijke pijn.
  • Kinderdagverblijven hebben een spiegelexpert op locatie of verwijzen naar hen.
  • Vraag voldoende levenservaring en/of ouderschapservaring voor dit belangrijke werk.
  • Betaal pedagogisch medewerkers een goed loon.
  • Zorg voor kleinere groepen, meer personeel, minder prikkels.
  • Koppel de toelating tot de kinderopvang los van de vaccinatieplicht.