6. De peuter

Leer (alsnog) je vrijheid kennen én de grenzen aan diezelfde vrijheid.

“Na de babytijd - waarin we zo afhankelijk van jullie waren - zijn we nu peuters geworden. We kunnen nu zelf staan en lopen, onze eerste woordjes zeggen. Het allerbelangrijkste wat we ontdekken is dat we zélf iemand zijn. Los van jullie in plaats van een deel van jullie. We ontdekken dat we dingen zélf kunnen. Onze armen en benen hebben kracht! Dit is een geweldig feest! Wauw ik kan staan! Ik ben los! Het is een oerkracht die tot leven komt. Hier ben ik! Ik! Kijk eens wie ik ben, wat ik kan. Ik wil het zelf doen. Zelf eten, zelf lopen, zelf staan. Met dat lichaam dat kracht krijgt en in beweging komt ervaar ik mij-ZELF. Ik grijp, loop, proef, stap weg en kom terug, ik ben zo hongerig als een ontdekkingsreiziger. Onze peuter-ikjes onderzoeken alles vol vuur tot we letterlijk omvallen van de slaap. Voor jullie is die wakker geworden oerkracht soms best lastig. We hebben nu een eigen wil. We willen vooral dingen zelf doen en soms ook heel andere dingen dan die jullie van ons willen. Je geeft ons grenzen en daar protesteren wij tegen door heel hard nee te roepen. Die nee is oerkracht en wilskracht die vanuit onze tenen komt. Onderbreek die niet onnodig omdat dat voor jou gemakkelijker is, omdat jij toevallig groter of sterker bent, omdat je niet goed tegen rommel kunt of een te druk leven hebt. Daarmee (onder)breek je mijn oerkracht en wilskracht. Die wil ik ervaren. Die is nu belangrijk. Mijn nee is geen nee tegen jullie papa en mama. Het is vooral een ja voor ons-ZELF en een wereld vol nieuwe ervaringen.

Dus papa en mama, zeg ja zo vaak als het kan en ga met mij mee op ontdekkingstocht naar jouw oerkracht. Ontdek je leven alsof het voor de eerste keer is, ervaar wat je bevalt en wat niet. Zo word jij ook een sterk en wilskrachtig mens, komt de oerkracht weer in jouw lichaam wonen. Dat willen we heel graag.

Zeg nee als het er écht toe doet: als er gevaar is dat wij niet zien, als we dingen stuk maken, als we te ver gaan: over jouw grenzen of die van anderen heen. Laat ons dán jouw tegenkracht voelen. Houd ons tegen, pak ons vast, laat een nee of een afkeurend geluid horen. Zo voelen we die nee ook echt. Met jullie echte en terechte tegenkracht leren jullie ons onze oerdriften te beheersen. Dat is heel moeilijk. Het voelt alsof we ons tegen onszelf moeten verzetten en nee moeten zeggen tegen de oerkracht die we ervaren. Dat vraagt veel van ons en toch is het ook nodig. Zo leren we rekening houden met anderen.

Papa, mama, grote mensen, ken jij je eigen oerkracht? … Voel je van binnenuit wat je wilt en niet wilt? … Wat wil je echt niet meer? … En waar wil jij voor gaan in jouw leven? … We willen graag dat je de vrijheid neemt om daarvoor te gaan staan. We zien jullie heel graag in je kracht staan. Als de ja’s en nee’s voor jouw leven uit je hoofd komen en dus oneigenlijk zijn, dan merken we dat meteen en zullen we je onderbreken. Als ze van binnenuit komen, dan heb je ons mee. Dan voel je ook de juiste grenzen. Kun je je grenzen herkennen?...”

Als we de babytijd voorbij zijn willen we onze vrijheid ten volle leven. De baby leert ons de waarde van op een gezonde manier in verbinding zijn, de peuter geeft ons lessen in wilskracht, vrijheid en individualiteit. Vrijheid én verbondenheid zijn twee grote pijlers voor menselijk geluk. We zoomen nu in op die peuterkwaliteiten. Als jij in je kracht staat, van binnenuit voelt wat je wel en niet wilt, dan stap je met zelfvertrouwen de wereld in. Je vraagt, spreekt, gaat, handelt, staat voor wat jij wilt en belangrijk vindt. De vrije wil hoort bij het mens zijn. Soms echter hebben we niet geleerd dit goed te ontwikkelen, we zijn als het ware in de afhankelijkheid van een baby blijven hangen. Soms is onze oerkracht gebroken toen wij kind waren. Via onze peuters leren we alsnog onze eigen wil, onze oerkracht en vrijheid te (her)ontdekken. Je leert nee-zeggen en ja-zeggen. Je leert te gaan voor wat je wilt. Je hebt aan den lijve gevoeld dat het klopt.

Je kunt je wellicht voorstellen dat een baby die niet gezien is in zijn afhankelijkheid en wiens behoeften niet zijn vervuld dit als peuter overcompenseert. Zo’n peuter wil vrij zijn, zelf doen en nooit meer afhankelijk zijn. Dat is bij velen van ons gebeurd waardoor we een vertekend beeld van vrijheid hebben. Als onze vrijheid (en de grenzen daar aan) niet ervaren zijn in ons lichaam maar voorkomt uit ons hoofd, als reactie op pijn, dan ontaardt die gemakkelijk in grenzeloosheid. Dan nemen we onszelf als uitgangspunt en houden we te weinig rekening met de ander. We zijn onvoldoende in contact met ons lichaam om te voelen wat we echt nodig hebben. We respecteren de grenzen niet, gaan te ver. Met het bewust opvoeden van een peuter en het lijfelijk ervaren van onze wil, onze vrijheid en grenzen leren we die alsnog herkennen.

Vraag jezelf eens af voorbij welke grenzen jij gaat? Met werken, eten, alcohol, succes, veel prikkels en schermen, zorgen voor anderen, geld verdienen, shoppen, winst maken, over ander heen lopen, …? We maken onszelf écht vrij als we de pijn helen die daaraan voorafging. De peuter leert ons dat vanuit het lijf te doen, met oerkracht en gebruikmaking van je zintuigen waar te nemen wat voor jou een ja of nee is. Dan leren we zowel onze kracht alsook de juiste grenzen te herkennen. Dan kunnen we ook loslaten wat te veel is, gevaarlijk is of meer kapot maakt dan ons lief is. We leren rekening te houden met de ander.

Vraag jezelf eens af wat voor jou lastig is om los te laten? Controle, oude overtuigingen, oud verdriet of boosheid, illusies, slachtofferschap, luxe, zekerheden, bezit e.d. De peuter leert ons om ‘zindelijk’ te worden en ons leven op te schonen van sleur, gewoonten, verslavingen, regeltjes, de ban van emoties etc.

Collectief gaan we (in de Westerse wereld) ook over grenzen heen en kunnen we moeilijk loslaten, gunnen, overlaten. Het winstdenken, kapitalisme en individualisme is ver over de grens gegaan. We zijn aan onszelf, aan anderen en de aarde voorbijgegaan. Het is grenzeloze vrijheid, niet geborgd of ervaren in ons voelende lichaam. Kolonisten namen zomaar land in van anderen. Onze welvaart van nu is er doordat we anderen onderbetalen, uitbuiten, exploiteren. We gaan voorbij de grenzen van mensen, dieren, natuur. We gebruiken waardevolle grondstoffen voor zinloze (wegwerp)-producten. In april hebben we ons deel van de koek - waarin de aarde voorziet - al op. De rest van het jaar leven we ten koste van het deel van anderen. Onze ecologische voetafdruk is 4-6 keer te hoog. Zoals peuters die niet zindelijk zijn droppen we onze shit: armoede, afval, verbroken sociale structuren, landschapsschade enz. Andere mensen met prachtige kinderen zoals die van jou willen ook een goed leven. Daarvoor is het nodig dat wij onze grenzen herkennen en een nieuwe economie en samenleving vormgeven (zie punt 13 en 16).

Zo zijn de lessen van de baby (over verbinding) en de peuter (over vrijheid) twee kanten van dezelfde medaille. Meestal is één van beide kanten in ons leven ontwikkeld en oordelen we over de andere kant. Verbinding is soft, slap geouwehoer, er gebeurt niets, te veel gevoel, te vrouwelijk, pamperen e.d. De vrijheidskant is destructief, gaat over grenzen heen, te mannelijk, houdt geen rekening met anderen etc. Maar als we alsnog leren om op een gezonde manier verbindingen aan te gaan en op een gezonde manier onze vrijheid (en de grenzen daar aan) te beleven, dan gaat er een wereld open. We leren beide kanten met liefde en wijsheid te combineren. We zijn op weg naar vrijheid in verbondenheid.

Conclusie: De vrije wil is een sterke kracht in de mens. Ons lichaam, andere mensen en de aarde laten ons weten waar onze vrijheid begint én eindigt. Vrijheid geeft mogelijkheden, vrijheid heeft ook een grens.

Het 123-perspectieven in de peutertijd: als je je eigen grenzen goed voelt en aangeeft (1) leert je peuter op een goede manier zijn of haar grenzen kennen (2) daarmee wordt de peuter een sociaal wezen (3).

Als je je grenzen voelt en respecteert dan weet je wat genoeg is voor jou (1) en kun je een ander gunnen wat voor jou te veel is (2), dat bevordert een goede veelzijdige uitwisseling, ook ten behoeve van het geheel (3).

Aanbevelingen:

  • Geef peuters de ruimte voor hun ontdekkingshonger en ontdek mee.
  • Leef met wakkere zintuigen, met heel je lichaam en ontdek zo in je eigen oerkracht.
  • Ontdek je wilskracht. Luister naar je lichaam zodat het je kan vertellen wat je niet wilt en juist heel graag wilt. Ga daarvoor staan. Neem je vrijheid en voel de juiste grens aan die vrijheid.
  • Verdiep je in de non-verbale taal van je peuter die zich laat zien in gezichts- en lichaamsuitdrukkingen, houding, geluiden. Je kind spreekt op die manier. Leer het verstaan.
  • Geef peuters de ruimte om hun boosheid te uiten en blijf dan met hen in verbinding. Vaak reageren we nu vanuit macht (stop hiermee!), onmacht (ik ga weg, ik kan er niet tegen). De boosheid van een peuter vraagt vaak om de erkenning van zijn wilskracht en een gezonde tegenkracht bijvoorbeeld door ze even beet te houden.
  • Respecteer je eigen grenzen en geef die aan: je lichaam geeft aan waar die liggen.
  • Geef peuters hun grenzen aan als dat nodig is en besef hoe moeilijk het voor hen is om die te respecteren.
  • Zorg voor een omgeving waar genoeg te ontdekken valt maar overvoer een peuter niet met veel of voorgeprogrammeerd speelgoed. Een peuter vermaakt zich met alles wat er is.
  • Geef peuters een zekere ruimte waarbinnen ze kunnen gaan en komen. Gaan voor hun ontdekkingstochten én terugkomen als ze je weer nodig hebben.
  • Laat peuters af en toe een paar uurtjes naar een peuterspeelplaats of gastouder gaan als ze dat leuk vinden om andere kinderen te ontmoeten.
  • Geef kinderen de tijd om te wennen aan de peuterspeelzaal en het afscheid van jou. Ze mogen voelen dat het spannend is om bij jou weg te zijn.
  • Geef anderen niet de schuld van dat wat jou boos maakt. Vaak gaat het om iets ouds uit jouw verleden. Leer omgaan met je eigen boosheid. Het is van jou. Draag er zorg voor. Doorvoel het of ontlaad het.
  • Leer loslaten wat te veel is. Neem afscheid van al wat je niet (meer) dient.
  • Laat je spiegelen in het geval van bijv. peuters met driftbuien, die niet luisteren, zindelijkheidsproblemen, oorontstekingen, scheidingsangst, jaloezie op een volgend kind e.d.
  • Collectief nemen we de verantwoordelijkheid om volledig circulair te produceren.
  • Collectief nemen we de nemen verantwoordelijkheid voor een nieuwe samenleving en economie (zie punt 13 en 16) waarin we gebruiken wat we nodig hebben en het andere láten voor anderen.