11. Het onderwijs

Vertrouwen in kinderen en hun onderwijzers en visie bij directie en inspectie is nodig.

“Papa, mama, grote mensen, we weten niet hoe de wereld er over 10 of 25 jaar uit ziet. Dus weten we ook niet wat we nu moeten leren wat later nodig is. Daarom is het goed dat we een leven lang blijven leren op veel verschillende manieren. Jullie doen dat ook. Dan ga je naar een cursus, een bij- of omscholing om nieuwe dingen te leren. Vaak is dat leuk omdat je jezelf ontwikkelt, leert wat je verkiest omdat het bij je past en je er mee vooruit komt op de weg die jij voor ogen hebt. Stel je dan nu eens voor dat jij je 14-20 jaar van je leven elke werkdag verplicht moet bijscholen in een groep van maar liefst 30 willekeurig bijeengebrachte mensen die niet uit eigen motivatie voor deze cursus hebben gekozen en een aantal het nut er dus ook niet van inziet. De leerstof is door anderen bepaald. De onderwerpen sluiten niet per sé bij jouw talenten of persoonlijkheid aan en op die grote, willekeurige en deels ongemotiveerde groep is er één cursusleider. Daar kun je geen voorkeur in aangeven. Velen van ons lukt het niet om hierin mee te gaan.

Papa, mama, grote mensen, zou jij zo willen leren? … Hoe zou het voelen? … Zou je veel leren? … Zou je er blij mee zijn of de boel saboteren en in opstand komen? … En hoe dan? …

Echt, we willen graag dingen leren, maar dát oude onderwijs werkt niet meer. Leren is zoveel meer dan kennis in je hoofd stoppen. Gelukkig komen er steeds meer vernieuwende scholen. Scholen waar we dingen ervaren vanuit de actie en beweging; waar we leren op een goede manier met elkaar om te gaan en samen te werken; waar onze (verschillende) talenten belangrijk gevonden worden en we kunnen kiezen wat bij ons past. Waar de verschillende vakken samenhang hebben. Gelukkig komen er steeds meer onderwijzers die ons begrijpen en interesse in ons hebben, die willen weten wie je bent en waar je het voor doet. Die ons verantwoordelijk maken en helpen om gelukkige en sociale mensen te zijn. Mondig, creatief en zelfstandig. Gelukkig zijn er steeds meer onderwijzers die ons leren hoe je gelukkig en ontspannen blijft in een drukke en stressvolle wereld. Er zijn massa’s zinvolle dingen te leren die we graag op een passende manier willen leren.

Wat vinden jullie, papa, mama, onderwijsmensen: wat is echt belangrijk voor een mens in deze tijd, in deze wereld? … Zullen we dat gaan leren? … Jij en ik.”

Het oude onderwijs stamt uit de tijd van de industriële revolutie en was toen passend. Het maakt mensen tot brave burgers en hardwerkende arbeiders. (TedTalk: Changing Pardigms van Sir Ken Robinson). De persoonlijke talenten, eigen wil en creativiteit was niet nodig. Kinderen én leerkrachten moesten hun menszijn en hun gevoel thuislaten. Er werd met het hoofd geleerd. Dat is niet wat we in deze veranderende wereld nodig hebben. We hebben juist mensen nodig die hun eigenheid meebrengen. Die creatief en probleemoplossend kunnen denken, empathisch zijn. Onderzoekers, bouwers en doeners. Het oude onderwijs is eenzijdig (veel cognitieve leerinhoud, weinig sociaal-emotionele ontwikkeling, fysieke activiteit en samenhang van mensen en kennis); erg gericht op leeropbrengst (scores voor de beste school in plaats van op het afleveren van gelukkige en verantwoordelijke mensen); fragmentarisch (geen samenhang in de vakken); willekeurig (waarom deze vakken en geen gelukslessen, talentlessen, gezondheidslessen of probleemoplossend denken); een eenrichtingsverkeer (van de onderwijzer naar het kind); massaal (dertig kinderen met één leerkracht) en te algemeen (alle kinderen dezelfde leerstof).

Oud onderwijs of oude kenmerken in nieuw onderwijs leidt tot uitputting bij de onderwijzers en tot protestreacties bij kinderen. Kinderen laten waarschuwingslampjes voor ons branden. Die behoren we serieus te nemen in plaats van de problemen aan de kinderen toe te schrijven en hen bijles, straf, labels, diagnoses en medicatie te geven om in een verouderd systeem te passen. Het Ritalin-gebruik bijv. stijgt enorm op schoolgaande leeftijd en neemt daarna ook snel weer af. Wij moeten bijleren én het onderwijs hervormen. Daarmee gaan de waarschuwingslampjes als vanzelf weer uit.

Wat mogen we leren? De oude ingebakken ideeën en collectieve beelden loslaten over wat leren is, waarvoor het bedoeld is en hoe je het beste leert. Wij zijn opgevoed met beelden van de aandacht op de leerstof i.p.v. op het kind, stilzitten en niet praten, doen wat er gezegd wordt, in je hoofd zitten, prestatiedruk, overladen raken, eenrichtingsverkeer, straf, beoordeeld worden met toetsen en testen, niet mee kunnen komen, je vervelen, uitgelachen worden, dom gevonden worden, faalangst en onveiligheid voelen of gepest worden. Al die dingen beperken de vrije leerruimte van kinderen en hebben indertijd onze vrije leerruimte beperkt. De kinderen van nu spiegelen de oude pijn van ouders, leerkrachten en het falen van het oude schoolsysteem.

Wij behoren onze pijn te verwerken zodat er ruimte komt om het nieuwe leren te verwelkomen en vorm te geven. Als we blijven geloven in de ideeën die wij meekregen en nalaten het onderwijs te hervormen, dan spannen we, ouders, leerkrachten en het onderwijs, met grote overmacht samen tegen (onze) kinderen.

We behoren het onderwijs te hervormen in de richting die kinderen (spiegelend) aangeven. De basis daarvan is niet uit je hoofd leren. In Engeland noemen ze dat: learning by heart. Daarmee wordt het stampen bedoeld. Maar de woorden zeggen het helder. Het hart mag het vertrekpunt zijn, waar de nodige zelf ervaren kennis aan toegevoegd wordt. Een ervaren meester vertelde eens: “als ik het hart van de kinderen laat zingen, kan ik ze alles leren”. Voor kinderen op deze leeftijd is leren geen losse functie maar verweven met hun leven en ervaringen. Nieuw onderwijs mag zich bewegen in de richting van:

  • Onderwijs waarbij kinderen centraal staan;
  • Onderwijs waarbij van binnenuit geleerd wordt o.a. over de buitenwereld;
  • Leren vanuit eigenheid en talenten met inbegrip van hun gevoel en creativiteit;
  • Ervaringsgericht leren (spelend en in actie, buiten, bewegend, sociaal, projecten, in de echte wereld);
  • Veelzijdig leren: het leren met hoofd, hart en handen (en die gelijkelijk waarderen);
  • Onderwijs die de tussen leerkracht en leerling als vertrekpunt heeft;
  • Aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling: wederkerigheid, sociale vaardigheden, zich leren ontspannen, ontladen van emoties, empathie, verantwoordelijkheid leren nemen, consequenties leren zien, gezonde verhoudingen, respect, waarden e.d.;
  • Aandacht voor samenhang van de vakinhoud en de zin ervan;
  • Kleinere groepen en een gedifferentieerd aanbod van leerstof en tempo;
  • Latere start van het cognitieve leren (einde basisschool): als het lichaamsbewustzijn sterk is en het hart gevoed is, dan verdringt het cognitieve leren het andere niet maar is er een waardevolle toevoeging op.

Er zijn veel gemotiveerde, gepassioneerde onderwijzers die weten dat het kind uit beeld is geraakt, die zien dat kinderen spiegelen, die het anders (willen) doen en goede ideeën hebben maar ze raken overbelast of krijgen een burnout. Ze moeten 30 (!) kinderen van verschillende achtergronden, belangstellingswerelden en niveaus (en soms meer dan de helft met zgn. rugzakjes) onderwijzen, opvoeden, samen laten werken, monitoren.

Ze moeten verslag leggen, vergaderen en telkens weer nieuwe - van bovenaf opgelegde - eisen en methodes implementeren om de school goed laten scoren zodat voldoende leerlingen instromen voor de schoolbegroting. De leerkrachten gaan gebukt onder hoge verwachtingen. Directie en inspectie vragen veel van hen en op een oude manier (van boven af) met ‘meten is weten’. De veelzijdigheid van het onderwijs wordt hierin niet uitgedrukt, vooral de cognitieve vaardigheid wordt hierin uitgedrukt. Ook ouders laten zich vaak leiden door deze cijfers die niet het hele beeld kunnen geven.

De onderwijzers ervaren logischerwijs veel druk en kunnen hun inhoudelijke ei niet kwijt. Laten wij, ouders, directie en inspectie hen ons vertrouwen en onze waardering geven. Laat de onderwijzers als experts - en met oog voor wat de kinderen aangeven - uitwerken hoe e.e.a. het beste vormgegeven kan worden; hoe onderwijs zich ontwikkelt van ‘uit je hoofd leren’ naar een mensen-bloeiplaats waar veel geleerd wordt.

Conclusie: De band met kinderen (en hun drijfveren) leidt tot vrije leerruimte, verbonden leren, samen leren en geeft onderwijzers hun vak terug.

Het 123-perspectief in het onderwijs: als kinderen waarschuwingslampjes laten branden (1), dan kunnen wij ons bevrijden van (de gevolgen) van het oude onderwijs in ons leven (2), zo vormt zich nieuw onderwijs dat aansluit op de kinderen en de tijd en de wereld waarin we leven (3).

Aanbevelingen:

  • Goed onderwijs voor alle kinderen in de wereld. We hebben ieders bijdrage nodig. De volgende Einstein woont misschien ergens in een sloppenwijk.
  • Een inhoudelijke leerkracht én een coach samen op een groep: er zijn genoeg coaches.
  • Op termijn: een halvering van de groepsgrootte (minder prikkels en een persoonlijke band)
  • Herwaardering van leerkrachten, vertrouwen in hun expertise en visie.
  • Gelijke beloning voor de leerkrachten van het basis- en middelbaar onderwijs.
  • Spiegellessen op de opleidingen voor leerkrachten: opvoeding is in de eerste plaats zelfopvoeding, dat geldt ook voor onderwijzend personeel die een groot deel van de tijd de mede-opvoeders van onze kinderen zijn.
  • Leraren en onderwijzers nemen de signalen van kinderen serieus en onderzoeken zichzelf en het door hen gegeven onderwijs op oude gewoontes, patronen en persoonlijke pijn.
  • Leraren en onderwijzers zijn deskundig op het gebied van onderwijs en de ontwikkeling van kinderen. We zorgen ervoor dat ze óók weten dat kinderen hun ouders én hen zelf spiegelen en zij de hulp van een spiegelende hulpverlener inroepen als er sprake is van o.a. pesten, faalangst, prestatiedruk, ADHD, dyslexie, autisme-spectrum gedrag, leerproblemen, buiten de groep staan.
  • Elke school een kindertolk®: voor de kinderen, ouders, leerkrachten en vooral ook voor de transformatie van het onderwijs in de richting die de kinderen aangeven.
  • Kind en leerkracht leren gelijkwaardig van elkaar.
  • Gepassioneerde leerkrachten, directie en kindertolken gaan samen in gesprek over de signalen die leerlingen, thuiszitters en kinderen met diagnoses geven. Bepaal een langetermijnvisie en hervorm stap voor stap de school en het onderwijs dat daar gegeven wordt.
  • Nieuwe onderwijsvormen, wijziging van de leerplicht, flexibele uren, leren op andere plekken en manieren: misschien gaan we toe naar onderwijs waarbij kinderen intekenen voor een x-aantal uren en een x-aantal vakken. Ook blijkt dat je in een korte tijd kunt leren wat je echt ‘moet’ weten (lezen, schrijven, rekenen).
  • Minder administratieve rompslomp en verslaglegging in het onderwijs.
  • Directies: toon visie en verdedig die visie, jouw school en de onderwijzers bij de inspectie. Kies voor een andere manier van onderwijzen en verantwoording afleggen over de kwaliteit daarvan.
  • Inspectie: Laat scholen een gedifferentieerd verhaal over de kwaliteit van het onderwijs schrijven (meer dan cognitieve prestaties en de organisatiegraad). Vind manieren om dat te evalueren en bij ouders voor het voetlicht te brengen.
  • Ouders: baseer je schoolkeuze op de verhalen van andere ouders en het verhaal van de school.
  • Minder en later toetsen. De leerkracht en de ouders kennen de kinderen en hun mogelijkheden.
  • Het eten en drinken uit de schoolkantine of maaltijd die kinderen op school krijgen is gezond.
  • Herwaardering en hogere beloning van mensen die geleerd hebben met hun handen of hart te werken in relatie tot de mensen die met hun hoofd werken. Ook dat is een uitvloeisel van het oude onderwijs.