10. Kinderen van 6 tot 12 jaar

Wees geen dromendief, maar oefen met ons hoe we er dichterbij komen.

“Spelenderwijs hebben we onze talenten, verlangens en mogelijkheden ontdekt en hoe we daarmee van betekenis kunnen zijn voor onze omgeving. Daardoor krijgen we héél veel zin om te leren! Hoe komen we daar? Wat moet ik nog leren? Hoe moeten we dat doen? Het kind dat bakker wil zijn, wil leren schrijven om een recept te noteren en wil leren rekenen om de ingrediënten af te wegen; het kind dat ruimtevaarder wil worden, wil leren schrijven om berichten naar huis te sturen en rekenen om de afstand tot andere planeten te berekenen. Zo hebben we allemaal onze eigen reden om te willen leren. Als jullie de moeite nemen onze dromen te leren kennen, dan kun je ons heel gemakkelijk enthousiast maken om dingen te leren. Want dan willen we leren! Zo kan het gebeuren dat het kind dat bakker wilde zijn toch liever visser wordt of schrijver van verhalen die mensen voeden. We zijn onderweg en leren elke dag.

We vinden het fijn als jullie ook je eigen verlangens verder brengen en we samen leren, samen tegenslagen oplossen en de route of plannen bijstellen. Als jullie ook je verlangens kennen, dan is leren en werken fijn.

Dat inspireert, we ontdekken steeds nieuwe dingen en willen samen met jullie op pad. We voelen inspiratie, ons hart zingt, onze handen jeuken. Gelukkig is er weer een nieuwe dag! Wat zal ik vandaag leren dat me dichter bij mijn verlangen brengt? Samen kunnen we dingen mooi en goed maken, veel beter dan nu. We hoeven niet op de oude manier door te gaan. Laten we creatief zijn, onze ervaringen delen met elkaar, onze doelen onderzoeken, leren van iemand die meer weet. Wat echt belangrijk is: houd de droom levend! Als je de droom vergeet of om zeep helpt, dan worden leren en werken iets dors en droogs waar jij en ik het nut niet van inzien. Dan werken we als robotten, uit gewoonte.

Papa, mama, grote mensen, die droom rondom vrijheid in verbinding: weet je nog? Jouw eigen verlangen voor het 123-perspectief? We vragen je om erover na te denken hoe je daar dichterbij komt. Wat is ervoor nodig? … Ga voor die droom, voor dat verlangen, durf vragen te stellen, dingen in twijfel te trekken, het geeft niet dat je fouten maakt. Ook daar leer je van. Blijf positief en constructief over jezelf en jouw verlangen. Zet elke dag een stapje op weg er naartoe. Beloof je dat? …”

Verbind je met de dromen en verlangens die in (je) kinderen en in jezelf leven. Geef die jouw goede aandacht, steun en stimulatie. Leer om creatief te denken, wegen en oplossingen te vinden. Leren is niet altijd leuk. Soms lukt het niet en zit het tegen, soms voelen we ons dom. Laat je kinderen - en ook jezelf - weten dat dat erbij hoort. Dat je leert van je fouten. Blijf constructief en positief.

Het is goed om dat te weten en er rekening mee te houden dat kinderen tot een jaar of negen vanuit een eenheidsbewustzijn leven. Als je gedrag van jonge kinderen afwijst, dan voelt dat voor hen alsof je kritiek op henzelf hebt. Ze kunnen dat nog niet scheiden. Geef daarom positieve feedback. Wees duidelijk: jij bent goed, jouw verlangen en doel is goed, maar als je het zo doet, dan gebeurt er … Zie je dat? Hoe vind jij dat het beter kan? Zo neem je kinderen serieus en stimuleer je hun creatieve denken.

Tot een jaar of negen is het aangaan van een band met het kind heel belangrijk. Bij het kind aanhaken, je verbinden, mee ervaren en mee leren, goed verzorgen wat er speelt in de relatie met jou, het gezin (of de klas). Dat vraagt aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling: hoe ga je met elkaar om, wat voel jij, wat wil jij, hoe is dat voor een ander, hoe waardeer je elkaar, hoe los je onderlinge problemen op? (Denk aan: Het grote deugdenboek). Als die goede band wegvalt met de ouders, andere kinderen, de juf of meester dan blijft het leren achter. Het leren is in kinderen tot een jaar of negen geen aparte functie, het is verweven met de band die het kind voelt met alles om zich heen. Het kind wil voelen dat jij aangesloten bent en je je in het kind en zijn/haar drijfveren kunt verplaatsen, dat de band stevig is. Dan voelt het kind zich gehoord en zal zijn leervermogen optimaal functioneren.

Om kinderen op een positieve manier bij te sturen kun je verbindende communicatie (diverse boeken van Rosenberg) en hele taal (Het Fluisterkind van Venema) aanleren. Woorden hebben scheppingskracht. Woorden kunnen ons maken of breken, dat weten we zelf vaak ook maar al te goed. Sommige opmerkingen dragen we jaren mee en hebben veel impact op ons leven gehad. Zorg dat je jouw woorden zorgvuldig gebruikt en bied je excuses aan als er iets niet goed ging. Verbindende communicatie is goed te vinden op internet. Hele taal houdt in dat je zegt wat je bedoelt en niet wat je niet bedoelt. Nieten worden vermeden. In plaats van: “je hoeft niet bang te zijn” (je brengt het onbewuste van het kind op ideeën: onderwerp angst), zeg je: “Het is hier veilig” of “Je kunt me vertrouwen” (het onderwerp dat je overbrengt is: vertrouwen en veiligheid). Het is zowel voor jezelf als voor je kinderen heel vruchtbaar om dit te leren! Je ontdoet jezelf ermee van oude patronen en geeft die daardoor ook niet meer door.

Eigenlijk gaat het op deze leeftijd over het verzorgen van de diepte en rijkdom van de kinderziel. Denk aan: de inhoud, de band, het verlangen oefenen, talent benutten, vanuit binnenuit mogen leren, creativiteit, dingen verzorgen, bouwen en constructief zijn, de samenhang tussen al wat er is, verhalen met diepgang, samen met anderen mogen leren, de sociaal-emotionele vorming. Thuis en op school. Als wij (onze) kinderen mee willen nemen, moeten wij durven afdalen en eerst klein zijn. Gelijkwaardig aan het kind en ons met hen verbinden. Dan kunnen we hen dingen leren en tegelijkertijd zelf evenveel ontdekken.

Vanaf een jaar of negen wordt het analytische denkvermogen in kinderen wakker. Ze hebben genoeg geoefend, gedaan, gespeeld, ze hebben hun eigen conclusies getrokken op basis van hun ervaringen en willen die nu toetsen aan de ervaringen en uitkomsten van anderen. Ze raken geïnteresseerd in details, feiten, structuren, wetmatigheden. Pas dan zijn (onze) kinderen rijp voor het meer analytische en scheidende denken dat we ze vaak al vanaf de kleutertijd aanbieden. Nu valt het in rijpe aarde.

Conclusie: Maak jouw hartsverlangen tot de motor van je bestaan. Leer er elke dag over.

Het 123-perspectief bij het jonge kind: als kinderen op deze verbonden manier leren (1), dan leren wij dat ook weer aan (2), dat zorgt voor andere uitkomsten die recht doen aan mensen (3).

Aanbevelingen:

  • Durf je oude kinderdromen weer op te graven. Het is nooit te laat voor een gelukkige jeugd.
  • Leer verbindende communicatie (video‚Äôs, cursussen en boeken van Rosenberg).
  • Leer hele taal (zonder verboden, bevelen en nieten). Reset je brein met nieuwe taal.
  • Sluit aan bij de verlangens en belevingswereld van kinderen. Verbind je met hen.
  • Lees verhalen voor met diepgang en meerdere lagen (sprookjes), voor jou en je kind(eren).
  • Draag zorg voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van je kind en jezelf (als je dat gemist hebt).
  • Verbind je met (de verlangens en talenten van) andere mensen. Deel jullie dromen.
  • Wees positief en constructief naar de dromen die jij en (je) kinderen ze koesteren.
  • Wees positief en constructief naar jezelf als je met vallen en opstaan leert je eigen dromen te verwezenlijken. Door de ervaring merk je wat werkt en wat niet.